Om half zes vanochtend was ik terug bij de bus op cp Oal Dyck, na de memorabele bijeenkomst waarvoor deze hele trip überhaupt op touw was gezet, en waarover ik om redenen van privacy verder niet zal uitweiden. Ik probeerde een paar uur slaap te pakken en dat lukte maar een beetje.
Ik had op de wat enge camperplaats een plekje naast de heg gekregen. Direct achter de heg lag een smalle weg waarover schrikbarend hard wordt gereden. Elke auto die op een tweetal meters van mijn bus langsreed – zelfs al was het op gematigde snelheid – klonk als trommelgeroffel vlak naast mijn oor. Trekkers en andere landbouwvoertuigen denderden als oorlogsmachines langs me en vrachtwagens dreunden naast mijn bus alsof er een kudde op hol geslagen olifanten voorbij trok.

Om een uur of half tien had ik er helemaal genoeg van. “Weg van hier! Naar huis”, was het enige dat ik kon denken. Ik stond op, rekende af met de (vriendelijke) eigenaresse en smeet – anders dan normaal; dan berg ik alles netjes op z’n plek, ruim het dekbed keurig op en klap de achterbank terug – de hele santenkraam in de bus.
Weg! Om ongeveer half twaalf was ik weer thuis.
Home sweet home.