We gaan! Na nog wat laatste inkopen te hebben gedaan, gaan we op pad voor een korte trip langs de Friese en Groningse waddenkust.
Via de oude Frieschestraatweg reed ik naar Hardegarijp en daarna boog ik af naar Giekerk voor een korte trip down memory lane. Wij schrijven ‘Giekerk’, op z’n Nederlands in plaats van de Friese vorm ‘Gytsjerk’ want wij schrijven in het Nederlands. Veel media hanteren tegenwoordig de Friese schrijfwijze omdat ze denken dat dit politiek correct is, maar dat is natuurlijk onzin: ze schrijven ook niet over de Olympische Spelen in ‘Paris’, de Britse regering die in crisisberaad bijeenkomt in ‘London’ of de Deense koningin Margrethe die een sigaret paft in ‘København’.
Giekerk dus. Daar was veel veranderd – nieuwe wijken, nieuwe wegen en zelfs hoogbouw (!), maar ook weer weinig: nog steeds word je daar als buitenstaander nagestaard. Het blijft iets benepens houden.


Vlakbij Giekerk ligt een bruggetje dat in mijn tijd gewoon een dertien-in-een-dozijn-brug was over een watertje dat geen naam mag hebben, maar dat inmiddels wereldberoemd is omdat de Elfstedentocht hier overheen komt; het laatste stuk voor de Bonkevaart, waar de finish ligt. Het stroompje heet – want het heeft wél een naam – de Murk.
Kunstenaars Maree Blok en Bas Lugthart hebben op de brug het Elfstedenmonument ‘It sil heve’ aangebracht, een mozaïek van duizenden blauw geglazuurde tegeltjes met foto’s van (bekende en onbekende) deelnemers aan de tocht. Ik maakte er een korte tussenstop, bekeek de brug en het tegelmozaïek van alle kanten – via een steiger kan je onder de brug door lopen en daar de tegeltjes van nabij bekijken – en zocht even naar bekenden, maar dat was – gezien het grote aantal tegeltjes – onbegonnen werk.
Toch mooi dat de onbeduidende Canterlantsebrug, waar ik vroeger talloze malen overheen gefietst ben, nu zo’n bekendheid geniet.




Via Leeuwarden reed ik richting de Friese Waddenkust. Na Sint Annaparochie – levendiger dan ik me had voorgesteld – stopte ik in Sint Jacobiparochie, een slaperig en wat armoedig dorpje met een opvallend neoclassicistische kerk.
In de meest volgeladen bric-à-braczaak die ik ooit zag, vond ik niets van mijn gading, maar ik was blij dat ik – een olifant in een porseleinkast – de winkel wist te verlaten zonder iets kapot te hebben gestoten. Even verderop in de hoofdstraat van het dorp stond een fraaie Morris Minor op blokken.


In Sint Jacobiparochie had ik bij een wat verlopen afhaal- en bezorgpizzeria annex grillroom een shoarmaschotel besteld, die ik even buiten het dorp op een vredige locatie nuttigde.



Ik reed naar de beoogde camperplaats in Westhoek, Hemisfeer – Nachttuin Westhoek geheten. Ik draaide niet direct de inrit naar de camperplaats op, maar passeerde het terrein over een verhoogde weg richting de Waddendijk, zodat ik vanaf een wat hoger standpunt het beste nog beschikbare plekje kon uitkiezen. Toen ik daar toch was, tufte ik nog even verder naar de Waddendijk, die ik (te voet, niet met de bus) beklom om over de kwelders uit te kijken. In de verte lag Terschelling. Boven de kwelder, maar ook binnendijks zag ik veel torenvalken en een enkele bruine kiekendief. Op de dijk nam ik van vrij dichtbij een zwarte roodstaart waar. Door een kunstwerk op de parkeerplaats heen, De Súdwester van Henk Rusman, fotografeerde ik de bus (en nog een ander daar geparkeerd busje).


Tenslotte reed ik naar de camperplaats – alleen voor buscampers – waar al twee andere busjes stonden. Hemisfeer – Nachttuin Westhoek is een heerlijke, relaxte camperplaats bij een restaurant (The Friezinn, helaas vandaag gesloten; de menukaart ziet er zeer interessant uit) met een bijzonder aardige en meedenkende eigenaar, met een goede filosofie over lokaal geproduceerde, deels zelf geteelde producten en over het respecteren van de donkerte van het (Wadden)gebied. Het was er heerlijk rustig, met ook hier veel vogels, waaronder veel overvliegende ganzen in V-formatie. Een plek om terug te komen.



