🎵 Deze jongen ging uit fahren, met zijn busje naar Zuidlaren…🎶. De weg was inderdaad soms recht, en de weg was dan weer krom, maar ik ben Berend Botje niet, dus kwam ik gewoon weer weerom.
Een kort ritje om de motor nog even te laten draaien. Ik reed richting Noordlaren, waar ik in de polder deze foto maakte. Ik nam daar de gelegenheid te baat om olie te peilen en – toen het niveau onder het vereiste minimum bleek te liggen – dat bij te vullen. Daarmee maakte ik mijn laatste liter motorolie op en ik bedacht me dat er in het nabijgelegen Zuidlaren een automaterialenwinkel is gevestigd.
Ik zette derhalve koers richting het dorp waarnaar de vermiste Berend B. ooit op weg was. Bij het binnenrijden ervan viel het me op dat de anders zo uitgestorven parkeerplaats van het Sprookjeshof, en wat zieltogend attractiepark(je), bomvol auto’s stond. Zou er daar een bruiloft aan de gang zijn, dacht ik nog, wat naïef. Maar even verderop werd door een hek en borden aangegeven dat doorgaand verkeer een binnendoor-route moest nemen “wegens evenement”. Het zou toch niet….? Ik kon maar één evenement in Zuidlaren bedenken dat zoveel auto’s op de wielen zou brengen: de jaarlijkse Zuidlaardermarkt. Van oorsprong een paardenmarkt, maar in de loop der geschiedenis uitgegroeid tot een vreselijke mix van veehandel, kermis, vreten en zuipen, en braderie.
En ja hoor, het wàs Zuidlaardermarkt. Had ik weer. Kòm ik eens een keer in Zuidlaren, is het bal.
Ik reed door smalle, volgeparkeerde straatjes, vond toch ergens een plekje om de bus neer te zetten, en liep richting de hoofdstraat, waar ik de automaterialenzaak wist. De geur van verschroeide hamburgers walmde me tegemoet, even verderop zich vermengend met die van verschraald bier. De eerste kraampjes met goedkope prullaria of onhygiënisch bereid voedsel dienden zich aan. Naarmate ik dichter bij de hoofdweg kwam, nam de mensenmassa toe. Schijnbaar doelloos schuifelde de meute langs de kraampjes, velen ondanks het uur, vroeg in de middag, onvast ter been, met een plastic beker vol doodgeslagen bier in de boerenklauw. De geuren intensiveerden zich tot die van een varkensstalbrand en een nachtclub the morning after.
Ik manoeuvreerde me zo snel mogelijk door de menigte, en tegelijkertijd omzichtig, om tegen niemand aan te lopen, want voor je het weet is zo’n aangeschoten Zuidlaarder daar niet van gediend of vloeit er een scheut bier over de rand van een bekertje en krijg je van klap voor je kop.
Tenslotte bereikte ik de winkel voor automaterialen. Die was dicht.
Met de blik op oneindig liep snel terug naar m’n bus, en spoedde me gezwind dit gruwelijke oord uit.