Rond de Dollard (deel 2: Nieuwe Statenzijl – Ditzum)

Na de eerste etappe van eergisteren pak ik vandaag de draad weer op van mijn tocht rond / om / langs de Dollard. Ik begin nu bij Nieuwe Statenzijl, het sluizencomplex op de grens van Groningen en Duitsland, na eerst (goedkoop) getankt te hebben en wat proviand te hebben ingeslagen in het Duitse Bunde.

Het sluizencomplex(je) is toegankelijk vanaf de Groningse kant, maar ook vanaf de Duitse zijde, en omdat ik al in Bunde was, doe ik nu dat laatste. Via de sluis kan je te voet of per fiets de grens oversteken, die hier wordt gevormd door de Westerwoldsche Aa, die uitmondt in de Dollard. Bij de sluis ligt een jachthaventje en via een buitengaats pad kan je naar een fraaie vogelkijkhut, de Kiekkaaste, lopen, wat ik niet doe omdat ik mezelf er de tijd niet voor gun. Bovenop de sluis kijken wat fietstoeristen uit over het spiegelgladde Skankerdiep of Buiten A, zoals de waterloop voorbij de sluis heet voordat die in de Dollard uitmondt.

Aan de Groningse kant staat een handvol huisjes, waar weinig leven te bekennen valt, en enkele gebouwen van Rijkswaterstaat. Sinds kort staat er ook min of meer permanent een mobiele koffiekraam, waarvan de uitbater op luide toon met enkele blijkbare habitués de toestand in de Groningse wereld bespreekt. Uitnodigend om er een kop koffie te bestellen is het niet.

Ik wandel er even rond, maak een paar foto’s en loop dan terug naar mijn bus.

Via binnenweggetjes zo dicht mogelijk bij de dijk rijd ik noordwaarts. Waar het oosten van Groningen al weinig dichtbevolkt is, valt het hier op dat het in deze regio wel heel erg extensief bewoond is. Hier en daar een oude boerderij, een enkel dorpje of gehucht zonder nieuwbouwwijken zoals die in Nederland bij bijna elk boerengat verrezen zijn. Opvallend is ook dat de boederijen zonder uitzondering oud zijn, vervallen soms. Nergens een moderne stal of schuur te bekennen. Het is het landschap dat wij uit de jaren ‘50 of ‘60 kennen. Het ziet er lieflijk uit, maar het geeft te denken over het welvaartsniveau, hetgeen ook weerspiegeld wordt in de staat van de wegen.

In Ditzum zoek ik een plekje op het camperterrein naast de dijk, dat toepasselijk Am Deich heet, en waar ik – naast de gebruikelijke ‘koelkasten’ – zowaar ook een fraaie LT35 Karmann camper tref.

Ditzum is een klein vissersdorp aan de monding van de Eems, waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Er is een kerkje, een mini-haventje en een ouderwetse scheepswerf. Een handjevol locals zit op het leugenbankje bij het havengebouwtje sterke verhalen te vertellen over vroeger. Verder gebeurt er helemaal niets, behalve de aankomst en het vertrek, eenmaal per uur, van een pontje naar (of uit – het is maar hoe je het bekijkt) het aan de overkant van de Eems gelegen Petkum. Een paar toeristen slaan het wat aandoenlijke tafereeltje gade. Een enkele fietstoerist rijdt het pontje op. Er gaat een weldadige rust van uit.

Veerpontje Ditzum – Petkum

Als het veer is vertrokken, laten ook de toeristen het haventje voor wat het is. Ook ik fiets terug naar de camperplaats om de benodigde formaliteiten te vervullen. Dat gaat op zijn Duits: grondig. Ik moet een formulier invullen met gegevens als het kenteken van de bus, plaatsnummer, aankomst- en vertrekdatum, waarmee ik naar een loket ga, waar een ambtenaar het allemaal netjes overschrijft op een betalingsbewijs.

Na deze wat omslachtige handeling fiets ik weer naar het haventje om op het terras van een visrestaurant een gutbürgerliche maaltijd te nuttigen, met gebakken scholletjes en de in Duitsland onvermijdelijke Bratkartoffeln. Lecker.

Met een goed gevulde maag fiets ik vervolgens over de dijk naar het Emssperrwerk, een mini-Deltawerk dat weliswaar deels een beschermende, waterkerende functie heeft maar toch vooral bedoeld lijkt te zijn om op gezette tijden de waterhoogte in de Eems op te stuwen, zodat de steeds groter wordende, wanstaltige cruiseschepen die verder stroomopwaarts in Papenburg gebouwd worden, kunnen uitvaren naar de Noordzee.

De schemering valt, de avondstilte daalt over de velden, hazen sprinten over de dijk en door de weilanden, torenvalkjes bidden voor het avondeten en ik ben helemaal alleen. Heerlijk.

Terug bij de bus nuttig ik nog een versnapering, lekker buiten zittend in de schemering, waarna ik vroeg mijn bed opzoek.


Reacties zijn gesloten.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag