De titel van dit bericht kostte me heel wat hoofdbrekens, en eigenlijk ben ik er nog steeds niet helemaal uit. Want feitelijk kàn je niet rond de Dollard rijden. Het estuarium op de grens van Groningen en Duitsland heeft nu eenmaal geen verbinding aan de noordzijde, zoals het IJsselmeer dat wel heeft met de Afsluitdijk. “Langs de Dollard” zou wat dat betreft een betere keuze zijn, maar “langs” vind ik teveel een langgerekte route suggereren, alsof je langs een rivier rijdt. Ik hou het dus toch maar op “Rond de Dollard” voor het U-vormige traject dat ik naast de waterpartij aflegde.

Bovendien is het niet slechts de Dollard die ik rondde, maar ook de Eemsmonding. Want verwarrend genoeg komt de rivier de Eems (Ems in Duitsland) bij Ditzum uit in de Dollard om vervolgens als Eemsmonding over te gaan in de Waddenzee. De Dollard is eigenlijk alleen het bijna vierkante stuk water dat eindigt bij de Punt van Reide, bij Fiemel (zoek maar op op Google Maps, het bestaat echt). “Rond de Eems-Dollard” zou dus beter de lading dekken, maar dat is weer zo’n mondvol.
Goed, een tochtje rond de Dollard en Eemsmonding. Om redenen die hier buiten beschouwing kunnen blijven, maak ik de trip niet aaneengesloten, maar reis ik vandaag, na de eerste etappe, weer huiswaarts om pas morgen of overmorgen het avontuur voort te zetten.
Ik begin in de Eemshaven, waar ik eerder al eens een dagtochtje naar maakte, en waar altijd wel weer wat spectaculairs te zien valt. Boorplatforms of buitenproportionele pijpen en wieken voor windmolens. Het is alsof je in een andere wereld vertoeft, eentje waarbij de mens is gereduceerd tot het formaat van een mier, en zijn auto een dinky toy gelijkt.



Na een rondje door de – zoals elk industrieterrein – altijd wat desolate haven zet ik koers naar Delfzijl. Over desolaat gesproken…
Ik stop eerst bij het Eemshotel, waarschijnlijk het enige buitendijkse, op pilaren in het water staande hotel in Nederland (en misschien wel daarbuiten), waar ik bij laag water wat foto’s maak.


Iets ten zuiden daarvan, waar het industrieterrein van Delfzijl begint, bevindt zich op de kwelder een soort miniatuur Eemshotel, zij het op slechts vier palen. De zeemeermin heet dit inmiddels gesloten ‘visrestaurant’, dat eigenlijk meer een vissnackbar was. Het staat al geruime tijd te koop of te huur.


Verder zuidwaarts gaat het, langs het havengebied van Delfzijl. Ooit waren er grootse plannen voor de uitbreiding van deze haven, en werden hele dorpen alvast gesloopt om plaats te maken voor de oprukkende industrie die er evenwel nooit zou komen. Van het dorp Hesveskes resteren alleen de kerk en een enkele boerderij. De kerk werd uiteindelijk niet gesloopt omdat hij niet in de weg bleek te staan van de industrie, die inmiddels wel tot naast het kerkje is verrezen. Het godshuis wordt nu gebruikt voor culturele activiteiten (zoals exposities en concerten) en is een geliefde bestemming voor een trip en een fotomoment, vanwege de wat schrijnende tegenstelling tussen het fraaie historische gebouw en de kille industriële installaties er vlak naast.
Maar mijn route voert niet langs Heveskes. Wel kom ik langs Weiwerd en Oterdum, twee dorpjes die ook werden gesloopt en waarvan zelfs de kerken het loodje moesten leggen. Alleen de kerkhoven van beide gemeenschappen bleven (een soort van) gespaard. Dat van Weiwerd passeer ik, maar bij de begraafplaats van het verder verdwenen Oterdum stop ik even.

Termunterzijl, mijn eindbestemming voor vandaag, is een slaperig toeristendorpje, waar vandaag nog minder te beleven valt dan gewoonlijk. De horecagelegenheden zijn gesloten en slechts een enkele bezoeker dwaalt langs de fraaie sluis en het (eveneens gesloten) museumgemaal Cremer.

Ook in de jachthaven van het dorp is weinig tot geen activiteit. Bij het haventje is wel een camperplaats waarvan de (zeven) plekken allemaal zijn bezet. Aanvankelijk, toen er nog geen reden was om vanavond huiswaarts te keren, was het mijn voornemen om hier een nachtje te verblijven, maar doordat het vol is zou dat dus niet hebben gekund. En als het wel had gekund, had ik het waarschijnlijk niet meer gewild, want het parkeerplaatsje maakt een wat troosteloze indruk.


Bij het gemaal Rozema, dat in 2000 de functie overnam van het gemaal Cremer, rij ik even de dijk op. Hier heb je een prachtig uitzicht over de Eems, met aan de overzijde Emden met zijn industrie.


Daarna tuf ik huiswaarts. Morgen (of overmorgen) verder.