Na een onrustige nacht – muggen, een door de wind op het dak roffelende spanband – ontbijt ik in de zon naast de bus. Op zichzelf reden voor tevredenheid, maar door de slechte nachtrust en persoonlijke omstandigheden die hier niet uit de doeken hoeven te worden gedaan, is mijn stemming ondermaats.
Enigszins gehaast breek ik op om het pontje van 11 uur te halen. Dat lukt. Ik ben de enige auto, en dat is maar goed ook want veel meer past er niet op het bootje. Achterwaarts rijd ik het veer op.


Stipt om 11 uur – we zijn hier in Duitsland – vaart het pontje af. We manoeuvreren het haventje uit, de Eems op. De boot vaart een stukje stroomafwaarts, om dan de steven noordwaarts te wenden, richting het haventje van Petkum. De overtocht duurt een klein kwartier. Normaal zou ik genieten van zo’n boottochtje, maar mijn stemming verhindert dat vandaag.



Vanuit Petkum ben ik al snel in het havengebied van Emden, zoals elk haven- en industrieterrein interessant en imposant, maar ook wat grauw en unheimisch. Ik rij er doorheen en gun me geen tijd om foto’s te maken. Ik ben onderweg naar Greetsiel, heb daar weinig zin meer in maar had me dat nu eenmaal voorgenomen, en ik wil zo snel mogelijk dat doel halen en dan naar huis.
Greetsiel is een ellendig toeristenoord. Van oudsher een vissersplaatsje ziet het er schilderachtig uit. Een soort Ditzum in het kwadraat. Maar waar Ditzum rust ademt, wordt Greetsiel overspoeld door toeristen. Op een groot parkeerterrein aan de rand van het dorp parkeer ik de bus, want veel verder rijden mag niet. Dan loop ik naar het haventje, dat omringd wordt door aardige huisjes met Hollandse geveltjes. Helaas wordt het beeld ontsierd door het ene na het andere terras en de honderden, nee, duizenden mensen die er rondlopen, -hangen of zitten. Ik maak snel wat foto’s en loop terug naar de bus. Langer dan een kwartiertje ben ik hier niet geweest. Weg hier!



Via Emden en Bunde, waar ik nog even de tank volgooi, rij ik snel naar huis.