Gistermiddag dus terecht gekomen op de camperplaats bij restaurant De Swaenebloem. Na enige aandrang het laatste mooie plekje toegewezen gekregen, dat eigenlijk wat te groot was voor mijn busje van bescheiden formaat, maar de plaats die de eigenaresse in gedachte had beviel me niet en ik was vastbesloten om naar huis te rijden als ik geen plek naar mijn zin zou krijgen. Dat was niet nodig. Zonder veel discussie mocht ik in het gewenste vak gaan staan.
Na me te hebben geïnstalleerd, liep ik richting de Rijn en maakte wat foto’s.
Daarna zat ik lekker bij de bus in de zon en nuttigde een aperitief. Toen de zon onderging begaf ik me naar het terras om wat te eten. Vlak na mij gingen twee andere camperaars – Groningers, zo te horen – aan het tafeltje naast me zitten. Omdat ze dichter bij de ingang zaten, werden ze eerder door het meisje van de bediening aangesproken. “Hebt u gereserveerd?” Op het ontkennende antwoord gaf de serveerster aan dat ze geen gasten zonder reservering meer mocht “aannemen”, omdat het erg druk was en keuken en bediening het niet aankonden. Gedwee droop het Groningse echtpaar af.
Nu vroeg ze mij of ik gereserveerd had. Ik antwoordde dat ik weliswaar geen harde reservering had gemaakt, maar wel bij aankomst aan haar collega had doorgegeven ’s avonds wat te willen eten. Na met haar chef te hebben overlegd, mocht ik bij Gods gratie de maaltijd gebruiken, waaraan ze dreigend toevoegde dat het dan “wel wat langer duren” zou. Dat gaf niks, ik zat prima, en had ook geen alternatief.
Ik nuttigde een tamelijk smakeloze, in het Bijlands Kanaal (waarover ik uitkeek) gevangen snoekbaars met redelijk smakelijke bijlagen. De geschonken witte huiswijn (sauvignon blanc) paste uitstekend bij het visje: net zo smakeloos.
Vandaag reed ik nog even stroomopwaarts langs de Rijn via Hoch Elten naar Emmerich, dat in goed Nederlands Emmerik heet.
Daarna reed ik terug naar huis. De navigatie stippelde nog een aardige route uit, die onder andere langs Laag-Keppel leidde.







