De volgende dag door langs de Waddenkust – door de Duitsers hardnekkig Nordseeküste genoemd, om het voor toeristen aantrekkelijk te laten klinken – richting het oosten. De eerste plaats die ik aandeed was Dornumersiel, een dorp zonder kraak of smaak. Door naar het volgende dorp.
Bensersiel is een ellendig oord. Uit de grond gestampt in een oerlelijke stijl om zoveel mogelijk toeristen te trekken. Er is werkelijk niets authentiek aan dit Zandvoort van de Duitse Waddenkust. De toeristische activiteiten concentreren zich rond de haven, van waaruit ook de boot naar Langeoog vertrekt. Er is een groot zwemparadijs met glijbaan en veel vreettentjes. Snel verder!
Omdat ik stroom nodig had, boekte ik een nacht op een grote camping in Neuharlingersiel. Vooraf had ik al even een rondje over het kampeerterrein gelopen, zodat ik wist dat er langs de dijk nog een paar aardige plekjes vrijwaren. Bij de receptie wist ik te bereiken dat ik inderdaad een nachtje op een daarvan kon staan. Een prachtige plek op een verder ordinaire (maar nette) camping.
Met de rug naar de ‘koelkasten’ toe, had ik daar weinig last van. En even de dijk overwippen, en ik genoot van dit uitzicht.
Over de dijk liep ik naar het centrum van Neuharlingersiel, dat niet onaardig was.

